Thuis komen, een jaar geleden was alles zo anders

Wanneer we zondagmorgen ontslagen worden uit het ziekenhuis en papa mij in rolstoel naar de uitgang rijdt met de maxi cosi met jouw broertje erin op schoot, begint het langzamerhand door te dringen. We zijn ouders geworden van ons tweede kindje. En dit kindje mogen we mee naar huis nemen. We zijn beiden erg moe. Moe van alle spanning rondom de bevalling en van de eerste angstige en onzekere nacht. Onzekerheid omdat we zo bang waren dat het niet goed zou gaan met jouw broertje en moe omdat we daarvan beiden nauwelijks geslapen hebben. Papa rijdt mij door de gangen van het ziekenhuis. Het voelt raar, om hier nu met een gezond kindje te zijn. Hier hadden we een jaar geleden ook zo graag op deze wijze willen zijn. Met een gevulde maxi cosi met daarin een klein, gezond hoopje mens. Wel zijn we onze belofte nagekomen. De belofte die we deden toen we hier na jouw ziekbed en tijdens mijn zwangerschap weer voor het eerste terugkwamen. Met een volle maxi cosi dit ziekenhuis verlaten. Toch voel ik leegte, leegte dat jij hier nu niet bij bent. Dat jij dit niet mocht meemaken, niet met ons mee naar huis mocht komen. Jij nooit anders hebt gezien dan ziekenhuismuren en nooit de kans hebt gekregen ons, de hondjes, je familie en nu je broertje te ontmoeten.

Omdat het zondag is, is het stil en rustig in het ziekenhuis. Dat maakt de situatie nog lastiger. Want ik hoor mijzelf nu zo goed denken. Er maalt van alles door mijn hoofd, maar eigenlijk wil ik het liefst even helemaal nergens aan denken. Alleen maar genieten, genieten van jouw mooie, kleine broertje. Genieten alsof er niets is gebeurt misschien wel. Niet omdat ik jou wil vergeten, want vergeten dat doe ik nooit. Maar omdat de blijdschap die ik hoor te voelen bij een geboorte van een kindje, blijdschap die er heus wel is, wordt overschaduwd door verdriet. Waarom is het zo moeilijk. Waarom lukt het niet. Dit mooie jochie verdient het zo… Papa parkeert mij in de hal van het ziekenhuis en gaat de auto ophalen uit de garage. Ik blijf samen met jouw broertje achter in de rolstoel. Mensen komen langs en feliciteren mij. Ik bedank iedereen netjes maar merk dat ik niet straal. Ik ben wel blij maar voel me moe gestreden. Misschien gaat het over als we straks thuis komen. Ik kijk naar jouw broertje dat vredig ligt te slapen. Ik hoop dat jouw broertje begrijpt hoe belangrijk hij is voor ons.

Jouw broertje is een eind afgevallen. Dat schijnt normaal te zijn bij pasgeboren baby’s en dat moet er in de komende week weer bij komen. Nu hij wat kleiner en minder ‘spekkig’ is geworden, lijkt hij als twee druppels water op jou. Ik zie de gelijkenis. ‘Bitterzoet’ voelt het. Maar ook mooi. Onze kindjes, onze mooie kindjes. Broer en zus. Ik ben verliefd, hoe kan het ook anders. Ik moet weer huilen. Huilen van blijdschap, opluchting en verdriet. Ik mis jou, ik mis jou zo, lief knokkertje, waarom ben jij hier nu niet….waarom. Wanneer papa met de auto voorrijdt en we alle drie instappen, rijden we stilletjes naar huis. Het is erg warm in de auto. Het is ook zo mooi weer. Weer laat jij de zon schijnen voor jouw broertje. Jij wilt vast vrolijkheid geven aan ons.

Als we aankomen in onze woonplaats besluiten jouw papa en ik stilletjes achterom thuis te komen. Gewoon omdat we nog even niemand willen zien, even rustig met z’n drieën thuiskomen. Even bijkomen van alle spanning. Maar als we door de achtertuin naar onze achterdeur lopen, zien we versieringen. Ons huis is versierd. Voor ons huis staan al onze vrienden en onze familie te wachten. Ook het huis aan de voorkant is versierd. Wat lief van iedereen. Iedereen is zo blij voor ons. Ik kan het even niet opbrengen, maar ben zo blij dat iedereen aan ons gedacht heeft. Ik hoop dat iedereen het begrijpt. Het is geen ondankbaarheid, het is gewoon allemaal erg moeilijk. Onwerkelijk. Hier zijn we dan…thuis… met een kindje, een jaar geleden was alles zo anders. Ik kan het gevoel maar niet uitschakelen…