Onwerkelijk, een gezond kindje

Na een supersnelle bevalling van 3 uur, is hij er dan eindelijk. Onze ‘rainbow’ baby. Ons kindje van hoop. Een gezonde Hollandse jongen van 3780 gram. De bevalling leek heel erg op de bevalling van jouw, lieve schat. Bijna net zo snel kwam je broertje ter wereld als dat jij dat deed. Weer had ik geen tijd om echt stil te staan bij wat er allemaal gebeurde en voor ik het wist lag jouw broertje in mijn armen. Weer voelde het hetzelfde, en heel even leek het alsof ik terug ging in de tijd. Toen jouw broertje in mijn armen werd gelegd moest ik huilen, huilen van blijdschap, huilen van opluchting maar ook van verdriet. Jouw broertje lijkt wel wat op jouw en alles deed me weer denken aan jou.

Toen ik je broertje in mijn armen hield, dacht ik maar aan een ding. Ik laat hem NOOIT meer gaan. Ik laat hem niet meer los. Niemand zal hem van mij afpakken, zoals dat bij jou wel is gebeurd. Niemand, behalve jouw papa en ik, mag hem vasthouden. Niet totdat ik zeker weet dat alles goed is. Ik wil geen moment missen. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik met jou wel wat gemist heb. Ik heb jou na je geboorte bijna niet vast gehouden voor mijn gevoel. Destijds dacht ik steeds, ach dat komt nog wel, straks als we thuis komen. Maar we zijn nooit thuis gekomen. Die ‘fout’ wil ik niet weer maken. Dat heb ik mij voorgenomen op het moment dat ik wist dat ik weer zwanger was. Die eerste uren, dagen, die zijn voor ons. Het gevoel dat ik dit kindje wil beschermen voor de ‘boze’ buitenwereld is zo sterk. Alles wat ik met jou heb meegemaakt, waar wij jou niet tegen konden beschermen, dat wil ik nu goed doen. Nu jouw broertje in deze ‘boze’ buitenwereld terecht is gekomen, wil ik hem kostte wat kost beschermen.

We zijn gelukkig, jouw papa straalt en ook ik ben blij dat hij er is. Maar er is ook angst, nog steeds die angst. Angst dat het een droom is, dat we hem toch niet mee mogen nemen naar huis straks. Dat gevoel, het gaat maar niet weg. Onwerkelijk is het ook. Alsof ik ieder moment wakker kan worden. We horen van de verpleegsters dat onze ouders er zijn. Ook zij hebben steeds, tijdens de zwangerschap maar ook tijdens de bevalling, in spanning gezeten. Willen net zo graag als ons dat alles goed is, dit keer wel. Er wordt ons gevraagd of we al bezoek willen ontvangen en dat willen we, denk ik. Wanneer opa’s en oma’s om beurten kijken, bescherm ik je broertje. Ik verstop hem onder de dekens. Even niet nog denk ik. Jullie mogen kijken maar hij blijft nog even bij mij. Mijn kindje, ons kindje. Ik laat hem nooit meer los, nooit meer, pak hem alsjeblieft niet af….niet weer.

De hele komende nacht, die we gelukkig nog in het ziekenhuis mogen doorbrengen, blijft de angst aanwezig. Elke kik die jouw broertje maakt, maakt ons onzeker. Gaat het wel goed? Is er niks aan de hand? Al het verplegend personeel is begripvol voor onze situatie, doen er alles aan om ons gerust te stellen, jouw broertje extra te controleren en ons te verzekeren dat het goed met hem gaat. Maar de angst blijft. Slapen is lastig, er is zoveel gebeurt. Ook jouw broertje is onrustig, misschien voelt hij onze angst wel. Beiden kunnen we het nog steeds niet geloven. Dat we nu een tweede kans hebben gekregen, jou lieve broertje mogen vasthouden en straks misschien wel mee naar huis mogen nemen. Wanneer dan ook de ochtend aanbreekt, denk ik. Het is geen droom, onze zoon, ons tweede kindje, hij ligt nog steeds naast ons.

Het verlossende woord komt, we mogen naar huis. We pakken hem in, in de maxi cosi. De maxi cosi waar ook jij in had moeten liggen. Dat heb je nooit mogen ervaren. Alles voelt zo dubbel. Ik ben blij maar ook verdrietig. Moe, onzeker en angstig. Het gevoel dat ik jouw broertje kwijt raak is er nog steeds…. waarom gaat het niet weg? Ik wil gelukkig zijn, genieten… zoals iedere nieuwe moeder….