Bevallen… bijna dan

Na bijna negen maanden is het dan eindelijk zover, het is tijd om jouw broertje te ontmoeten. Al deze maanden heb ik in angst geleefd. Ondanks dat we wisten dat dit kindje geen zichtbare genetische afwijking heeft dat alveolaire capillaire dysplasie of andere aandoeningen veroorzaakt. Misschien is het een soort beschermmechanisme dat mij probeert te behoeden voor een eventuele teleurstelling. Dat we weer afscheid moeten nemen van een kindje. Toch is er ook blijdschap. Blijdschap dat we dit nieuwe kindje op de wereld mogen verwelkomen. Jouw broertje, jouw kleine en hopelijk gezonde, broertje.

Wanneer ik 3 weken voor de uitgerekende datum ben, blijkt mijn bloeddruk erg hoog opgelopen te zijn. Ik kom hiervoor onder strenge controle te staan in het ziekenhuis van Nijmegen, waar ik steeds alle controles heb gehad en waar wij ook graag zouden willen dat ik beval. Dit is ons geadviseerd door een van jouw artsen destijds, omdat alles hier bij de hand is, mocht er onverhoopt toch wat zijn. Bovendien zijn ze bekend met onze situatie. Dit is voor ons het hoogste adres en dat voelt een stuk veiliger. Het is niet naast de deur voor ons en ik hoop dan ook stiekem dat ik ingeleid kan worden. Wanneer er dus vanwege mijn hoge bloeddruk over inleiden gesproken wordt, kan ik hier alleen maar mee akkoord gaan. De datum voor inleiding wordt gepland op een vrijdag, vrijdag 16 mei. Het is prachtige weer, vrij warm en de zon schijnt fel. Heel anders dan toen jij ter wereld kwam. Toen vroor het hard, sneeuwde het en was het heel erg koud. Het is net alsof het zo moet zijn. Jij laat de zon schijnen voor je broertje….

Mijn ziekenhuis tasje is weer gepakt, pyjama erin, kleertjes voor je broertje erin. Hetzelfde ritueeltje als destijds met de bevalling van jou. Het inpakken van mijn tas had een hele dubbele lading. Ik kan me nog zo goed herinneren hoe ik me voelde toen ik me voorbereidde voor de bevalling van jou…. Het maakt het er allemaal niet makkelijker op, maar het is de realiteit en het enige wat ik, en ook jouw papa, kan doen is doorgaan. Doorgaan voor jouw kleine broertje. We willen ook niets liever. Maar we hadden het ook zo graag voor jou gewild. Een goed thuis geven, opvoeden….

Die bewuste vrijdagochtend, wanneer de inleiding gepland staat, moet ik eerst contact opnemen met het ziekenhuis, of er plek is voor mij. Zenuwachtig bel ik op. Vandaag zal het allemaal gebeuren. Zullen we nu werkelijk met een volle maxi cosi thuis komen vanuit Nijmegen? Ik kan het nog steeds niet helemaal geloven. De verpleegster die ik aan de telefoon krijg, vertelt mij dat de afdeling vol is, ik kan dus vanmorgen nog niet terecht. Er zijn een aantal spoedbevallingen geweest vannacht waardoor alle kamers bezet zijn. Ik moet later op de ochtend weer bellen. De teleurstelling is groot en ik overleg met jouw papa. Hij geeft mij aan het op mijn verhoogde bloeddruk te gooien, wie weet nemen ze mij dan wel op. Wanneer ik weer bel, is er nog steeds geen plek. Ik geef aan dat ik me zorgen maak om mijn bloeddruk, wat overigens niet is gelogen, waarop de verpleegster me vraagt toch maar even te komen voor controle. We springen direct in de auto, bepakt en wel, op weg naar Nijmegen.

De hele weg is het stil in de auto. Gespannen zijn we beiden over wat er op ons af gaat komen vandaag, morgen, of wanneer dan ook. Als we aankomen in het ziekenhuis lopen we richting de verlosafdeling. Het is op dezelfde verdieping als waar jij lag toen je ziek was. De verloskamers zijn recht tegen over de NICU. Alles wat destijds is gebeurt speelt zich als een film af in mijn hoofd. Heel raar voelt het om hier te zijn. Nu horen we blij te zijn, en dat zijn we natuurlijk ook, maar een donkere wolk overschaduwt die blijdschap ook een beetje. Een donkere wolk van verdriet en angst, nog steeds angst.

We worden ontvangen door een verpleegster die ons naar een vrije verloskamer begeleid. Daar word ik aan de apparatuur gehangen die jouw hartslag, mijn bloeddruk en eventuele weeënactiviteit meet. Wanneer ik na een half uurtje van deze apparatuur word losgekoppeld, vertelt de verpleegster mij dat mijn bloeddruk is gedaald. Verbaasd ben ik, ook blij omdat het dus allemaal nog steeds goed gaat, maar er is nu geen enkele reden om mij hier te houden. Er is wel met regelmaat een harde buik te zien op de monitor gaat de verpleegster verder. Ze besluit toch ook nog maar even te controleren of ik eventueel al wat ontsluiting heb. Wanneer ze mij toucheert zegt ze meteen “nou dat krijg je dan maar mooi cadeau”…. wat? “Ja” gaat ze verder, “je hebt al 2 cm ontsluiting”. Oh jee, denk ik. Toch worden we naar huis gestuurd, er is echt nog geen plek en omdat mijn bloeddruk niet gevaarlijk hoog meer is, is er op dit moment geen dringende reden om mij hier te houden. Dan maar naar huis…. Ze geeft nog wel met klem aan dat als het toch gaat rommelen we meteen moeten komen. Die middag, avond en nacht voel ik mij onrustig. Elke kik, harde buik of andere soortig krampje, doet mij in de starblokken staan…. echter het blijft toch rustig tot de volgende morgen.

Wanneer ik de volgende morgen weer naar het ziekenhuis bel, is er wel plek. Het is zaterdag 17 mei, vandaag gaat het dus echt gebeuren. Nu wel. We rijden samen rustig richting ziekenhuis. Wanneer we weer aankomen op de afdeling en ons beiden installeren op de kamer word ik wederom aan de monitor gelegd, alles ziet er goed uit. Nog even toucheren… 4 cm al. Dan gaat het nu echt beginnen.