In therapie, je kunt het niet alleen

Wanneer ik na mijn verlofperiode weer aan het werk ga, gaat het eigenlijk eerst best heel goed. Het voelt goed om weer in een ritme te komen, even niet alleen mama te zijn maar ook werknemer, onder de mensen zijn en niet alleen maar babypraat hebben. Maar wanneer ik even aan het werk ben, merk ik dat mijn concentratie steeds minder wordt. Er zit nog zeer, dat voel ik. Vermoeidheid, hormonen en goedbedoelde adviezen (die voor mij aanvoelen als bemoeizucht) van mensen om mij heen zorgen ervoor dat ik steeds prikkelbaarder wordt. Daar komt bij kijken dat ik nog steeds heel erg het gevoel heb dat ik weer de controle over de situatie kwijt ga raken. Naaste familie die voor mijn gevoel teveel aanwezig is, teveel ons kersverse gezinnetje claimt. Nu ik dit op schrijf, klinkt het zelfs een beetje egoïstisch, maar het voelt wel zo. Mijn kindje, ons kindje, daar moet iedereen van afblijven. Dat gevoel is er nog steeds en wordt gevoed door allerlei factoren. Het doet de sfeer thuis niet veel goeds, komt mijn relaties met anderen niet ten goede. Niet die tussen jouw papa en mama, maar ook niet die met naaste familie. Ik ben niet mijzelf. Kom soms vervelend uit de hoek en voel me moe, lusteloos, verdrietig. Ik reageer het af. Stort mij op mijn huishouden. Het klopt niet. Hoe kan dit nou? Hoor ik juist niet nu gelukkig te zijn? Waarom trek ik mij alles zo aan van iedereen? Waarom kan ik niet verder? Telkens wanneer ik naar jouw broertje kijk, zie ik wat ik met jou heb gemist. Elk sprongetje dat jouw broertje maakt, doet mij afvragen hoe jij dat gedaan zou hebben. Op wie zou jij lijken? Telkens als ik gezinnetjes zie die naast een klein jongetje ook een klein meisje hebben, denk ik aan jou. Jij had er ook bij moeten zijn. Oh, ik mis jou zo, mijn eerste kindje. En dan is er nog het telkens als iemand jouw broertje vast heeft, de fles geeft, oppast, even wegloopt met hem zodat ik hem plots uit het oog verlies, iets doet wat ik anders gedaan zou hebben, iets doet zonder het mij te vragen…. Dan knapt er iets. Paniek slaat mij dan pardoes toe. Paniek, angst, boosheid… alles tegelijk. Dan voel ik mij bang, bang om de controle te verliezen. De controle die ik niet had over jou…. Dan speelt alles zich weer af in mijn hoofd. Ik haat mijzelf hierom, ik wil niet zo zijn, maar ik kan het ook niet uitschakelen.

Het is op een zondagmiddag wanneer ik even met de dochter van onze buurvrouw praat dat ik inzie dat het zo niet langer kan. Meerdere mensen hebben het herhaaldelijk tegen mij gezegd. Moet je niet met iemand praten? Het is niet niks wat jullie is overkomen? Kun je het allemaal wel aan? Stoer was steeds mijn antwoord. Natuurlijk kan ik het aan, maar ik begin zo langzamerhand wel te twijfelen. Ik herken mijzelf niet meer terug. Wanneer de dochter van mijn buurvrouw vraagt hoe het met mij gaat, begin ik dan ook spontaan te huilen. Ze kalmeert mij en vertelt een verhaal over iemand die ook een traumatische ervaring heeft meegemaakt en daarvoor in therapie is geweest. Misschien moet ik het toch maar gaan doen. Je kunt het niet alleen zegt ze tegen mij, dat is ook niet gek, het is nogal wat. Ik heb me dat nooit zo gerealiseerd, dat het niet niks is. Maar dat is het inderdaad misschien ook wel niet. Ik heb een kindje zien lijden, verloren, begraven, dat hoort niet…. Jij had bij mij moeten zijn, bij ons… Ik kon jou niet beschermen….

Inmiddels is een goede vriendin van me, die ook een soortgelijke situatie heeft meegemaakt, eveneens in therapie gegaan. Een meid die net als ik stoer en sterk is, of was… Het helpt haar, zegt ze, om erover te praten. Enkele weken later trek ook ik de stoute schoenen aan en bel ik met mijn huisarts. Misschien kan zij mij advies geven wat ik het beste kan doen. Mijn huisarts stelt me gerust, je bent niet gek verzekerd ze mij, het is heel goed en normaal dat je hulp zoekt. Ze geeft mij een nummer. Na dit gesprek met mijn huisarts duurt het nog een tijdje voordat ik echt de stap durf te nemen. En dan, op een vrije middag…. bel ik. Zo, de eerste stap is gezet. We zien het wel…. Wie weet, helpt het mij ook.