Dag 1, 8 februari 2013

Nog een beetje onwerkelijk van de bevalling en de operatie wordt ik door papa vanaf de uitslaapkamer weer terug gereden naar de kraamafdeling. Daar lig jij in een wiegje op ons te wachten. Zo blij zijn we, dat we eindelijk met z’n drietjes zijn. We eten beschuit met muisjes. Opa’s, oma’s… iedereen komt langs om jou te bewonderen. Je krijgt kadootjes. O, Jasmijn… wat ben je toch verschrikkelijk mooi! Het kan jou niet zo veel schelen, jij ligt lekker naast mij in je wiegje te slapen of naar mij te kijken wanneer ik je de fles geef. Mooie blauwe ogen zoeken de mijne wanneer ik tegen je praat. Je poept en plast goed en je kijkt met je grote ogen eigenwijs de weide wereld in. Af en toe krijg je het wat koud en dan leggen de verpleegsters jou even in de couveuse om wat op te warmen. Tegen de avond krijg je wat slijm. Dat pruttel je uit je mondje en op een gegeven moment moet je zelfs even flink hoesten. Je krijgt het even erg benauwd. De verpleegster pakt je op en klopt je op je ruggetje, waarna het gelukkig weer goed met je gaat.

’s Nachts lig ik naast jou naar jouw mooie gezichtje te kijken, wat is mama trots… Ik fantaseer over hoe het zal zijn als je thuis komt. Papa is al naar huis om ons de volgende morgen op te halen.¬†Opeens ziet mama dat jij je niet lekker voelt. Je hebt het benauwd. Dat kan ik goed zien. Ik bel de verpleegster en ook zij ziet dat jij je niet zo lekker voelt. Je lipjes zijn al helemaal blauw geworden. Met spoed word je aan de kinderarts overgedragen die je vervolgens naar de NICU (neonatologie intensive care unit) brengt. Direct bel ik papa op die meteen naar het ziekenhuis komt. Het gaat niet goed met je krijgen we te horen. De artsen proberen jou met man en macht stabiel te krijgen. Je longetjes werken niet goed meer en daarvoor moet je aan de beademing worden gelegd. Verstijfd van schrik verblijven wij die nacht op een nog vrije verloskamer. Daar liggen we dan. Jij beneden op de tweede verdieping op de NICU. Wij boven op de zesde verdieping, wachtend op bericht over ons mooie meisje. Om half zes ’s ochtends ben je eindelijk stabiel en mogen we even bij jou kijken. Gespannen gaan we naar beneden en daar lig je… helemaal moederziel alleen op een tafel, vol met slangetjes en aan allerlei apparatuur. We krijgen van de kinderarts te horen wat er met je aan de hand is… Je longetjes werken niet meer zoals het zou moeten, deze doen alsof je weer in mijn buik zit. Hierdoor loopt de bloeddruk in je longen te hoog op en kan er geen zuurstof meer in je bloed worden rond gepompt. Daar ligt ons mooie volmaakte meisje dan… van een gezond, roze poppetje naar een weerloos meisje dat ernstig ziek is geworden. Niemand weet hoe, niemand weet waarom.