The day after…

Als ik de volgende morgen wakker wordt, staar ik naar het plafond van onze tijdelijke kamer in het Ronald mc Donald huis. Het voelt leeg… We hoeven niet meer, niet meer op te schieten om voor jou verzorging naar het ziekenhuis te gaan. De hoop is weg maar ook de angst, de onzekerheid. Een gevoel van doelloosheid is daarvoor in de plek gekomen. Stilletjes en zonder woorden staan we beiden op. We kleden ons aan, praten nauwelijks maar voelen dezelfde leegte. Niets dat ons hier nog langer kan houden… Ik merk dat ik het moeilijk vindt om straks weg te gaan. Het voelt als een soort afscheid, een afscheid dat definitief is, een afscheid van jou Jasmijn. En dat wil ik niet, daar ben ik nog niet aan toe. Twee weken lang is dit ons ‘thuis’ geweest. Twee weken lang gingen we op en neer van het Ronald mc Donald huis naar het ziekenhuis. Twee weken lang was jij het enige waar we aan dachten. De buitenwereld bestond niet. Nu ben jij er niet meer en daar is ineens die buitenwereld weer… Na het ontbijt ruimen we onze spullen bij elkaar en maken we onze kamer schoon. We rekenen af voor onze tijd dat we hier zijn gebleven met een van de medewerkers van het Ronald mc Donald huis en bedanken hen voor de goede zorgen. We pakken onze spullen in, in de auto. We besluiten samen nog één laatste keer naar het ziekenhuis te lopen om afscheid te nemen van de verpleegsters die zo goed zijn geweest voor ons en voor jou Jasmijn.

We lopen over het pad door de tuin van het Ronald mc Donald huis, over het grindpad door het grasveld, we steken de weg over, lopen het trapje af, langs het oude gebouwtje, … trapje op. Weer een weg over, door de draaideuren bij de entree van het ziekenhuis, langs het restaurant. We lopen de lange gang door die leidt naar alle afdelingen en uiteindelijk uitkomt bij de laatste afdeling, de kinderafdeling…. Eenmaal aangekomen op de eerste verdieping van de kinderafdeling krijg ik een brok in mijn keel. Als we over de loopbrug lopen, kunnen we het raampje zien van de kamer waar jij twee weken lag… Daar speelde alles zich af, ons leven, onze kleine wereld voor twee weken, in dat kleine kamertje. Het raampje, waar we als we op de kinderafdeling aankwamen, altijd als eerste naar keken. Brandt er licht, wat zijn ze aan het doen, hoe zal het gaan.. vroegen we ons af als we het raampje zagen. Nu is het er donker, leeg. Jij bent daar niet meer, ons lichtje! Het is net een film, het voelt allemaal zo onwerkelijk, alsof het nooit gebeurt is. Maar dat is het wel en dat willen we nooit, maar dan ook nooit vergeten! Aangekomen bij de NICU ondergaan we nog eenmaal het ritueel. Een druk op de knop, de klapdeuren openen, we hangen onze jassen op, lopen de gang door, de hoek om. Voor de deur van jouw kamer wachten we even, open….  Meteen wordt onze blik getrokken naar je bedje. Het is leeg. Het is stil. De ECMO machine staat uit, geen gepiep, geen gebliep, geen rondlopend personeel, geen commotie… Jasmijn wat mis ik jou! Tranen vloeien mij over de wangen. Ik wil niet huilen want jij bent altijd zo sterk geweest. De dan dienstdoende verpleegster brengt ons jouw gipsen hand- en voetafdrukjes en de afdrukjes in inkt die we gemaakt hebben afgelopen nacht. Jouw afdrukjes zitten mooi verpakt in een doosje. Ze zijn nog niet helemaal hard verteld de verpleegster ons. We vragen nog even naar je favoriete zuster, maar zij werkt vandaag op een andere afdeling. De verpleegster vertelt ons dat je nu in het mortuarium ligt van het ziekenhuis. Ze gaan nog een autopsie doen op jou voordat je straks naar huis wordt gebracht. Meer onderzoek is nodig om meer duidelijkheid te krijgen over jou aandoening. ACD is nog zo onbekend en wij willen graag alle medewerking verlenen. Dat had jij ook gewild, dat weet ik zeker. We mogen jou nog bezoeken als we dat willen, we zullen erover nadenken. Maar ik weet het eigenlijk wel… graag! Het is nu echt tijd om naar huis te gaan. Er is hier niets meer voor ons, het heeft geen zin om langer te blijven. Met lood in mijn schoenen nemen we afscheid van de verpleegster…Dag NICU, dag kamer, dag ECMO… Stilletjes lopen we terug naar de uitgang. Nog een keer langs het kapelletje, we steken voor de laatste keer nog een kaarsje aan. Zoals we dat de afgelopen twee weken steeds deden. We denken beiden aan jou en kijken stilletjes naar de brandende kaarsjes. Daar gaan we dan, weg! Nog één keer kijken we achterom, met gemengde gevoelens. Want al was het een angstige periode, het was ook mooi. Want dat jij in ons leven bent gekomen, is het mooiste wat ons is overkomen. Onze prachtige dochter, zo ongelovelijk sterk! Ik voel verdriet, maar ook trots. Dag UMC Radboud, dag lieve, sterke Jasmijn…