ACD, genetica

Het is sinds kort bekend dat Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) een genetisch bepaalde aandoening is. Dit betekent dat Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) optreedt als gevolg van een afwijking in het DNA. Het feit dat Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) genetisch is, betekent overigens niet meteen dat het ook familiair (erfelijk) is. In bijna alle gevallen zijn de genetische afwijkingen (mutaties en deleties) die worden gevonden bij kindjes met Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) niet aanwezig in het DNA van één van de ouders. De kans op nog een kindje met Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) is dus zeer klein.

De genetica van Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) is complex en maakt gebruik van een aantal genetische termen. Zie de verklarende woordenlijst voor een uitleg van deze termen.

Twee brede typen van genetische afwijkingen zijn gevonden voor Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD). 1. Een mutatie van het FOXF1 gen op chromosoom 16, 2. Andere genetische afwijkingen, zoals deleties, op gebieden van chromosoom 16 die de expressie van het FOXF1 gen reguleren. Hoewel er ook nieuwe genetische afwijkingen worden gevonden, is bij ongeveer 80-90% van de onderzochte baby’s met Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) één van deze twee types afwijkingen geconstateerd.

De Novo
Gebaseerd op de tot nu toe beschreven gevallen, lijkt het FOXF1 gen onderhevig te zijn aan vaderlijke imprinting. Het FOXF1 gen dat een kindje erft van zijn / haar vader is niet actief en dus niet tot uiting gekomen. Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) ontstaat dus ​​door de genetische afwijkingen die ontstaan ​​bij het ​​chromosoom geërfd van de moeder. Bij ongeveer 98% van de gevallen van Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) lijkt de genetische afwijking ‘de Novo’ te zijn ontstaan ​​en niet familiair (door erfelijkheid). De afwijking ontstaat in de eierstokken van de moeder, vaak nog voordat ze werd geboren. Tot op heden is er nog maar één geval bekend van Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) ontstaan door kiembaanmozaïsme. De kans op meerdere kinderen met Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD), indien beide ouders drager zijn van ​​de genetische afwijking, is dus ongeveer 1%.

Familiair
Tot op heden zijn er slechts drie familiare (erfelijke) gevallen van Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) bekend. Gevallen waarbij de afwijking dus ook voorkomt in het DNA van de ouders. Er is (nog) geen familiair geval van Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) gevonden als gevolg van vaderlijke imprinting. Dit betekent dus dat de genetische afwijking slechts leidt tot Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) wanneer het wordt doorgegeven van moeder op kind.

Dit betekent dus dat algemeen genomen, gezien het aantal familiaire gevallen en gevallen ontstaan door kiembaanmozaïsme, de kans op meerdere kindjes met Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) ongeveer 2% is.

Genetisch onderzoek
De beste manier om genetische afwijkingen op te sporen is door een bloedmonster van het kind af te nemen en te onderzoeken. Indien dit niet mogelijk is, kan DNA worden geëxtraheerd uit weefsel verkregen door middel van een longbiopsie of autopsie (post mortem). Het is belangrijk om dergelijk materiaal te testen op mutaties in het FOXF1 gen. Deze genetische test wordt in Nederland uitgevoerd in het UMC Utrecht. Het is daarnaast ook belangrijk om te testen op andere genetische afwijkingen in chromosoom 16 nabij het FOXF1 gen. Dit kan gedaan worden met behulp van een genetische test genaamd array CGH (Comparative Genomic Hybridisatie). Deze genetische test kan in elk ziekenhuis dat zich bezig houdt met genetica uitgevoerd worden. Het leidend onderzoek naar Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) wordt gedaan in het Baylor College of Medicine in Houston, Texas, USA door professor Stankiewicz. Het UMC Utrecht koppelt individuele uitkomsten dan ook terug aan professor Stankiewicz ten behoeve van het overkoepelende onderzoek naar Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD).

Prenataal onderzoek
Als er bij jullie kindje Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD) is vastgesteld, kan de behandelend arts of patholoog jullie doorverwijzen naar de afdeling genetica die jullie verder kan helpen in het genetisch onderzoek. Wanneer er een genetische afwijking bij jullie kindje is gevonden (al dan niet familiair) kan bij een eventuele volgende zwangerschap gericht onderzoek gedaan worden naar Alveolaire Capillaire Dysplasie (ACD). Via prenatale screening, door een vlokkentest (vroeg in de zwangerschap, voor de 12e week) of vruchtwaterpunctie (in de 16e week zwangerschap) wordt DNA bij het ongeboren kindje afgenomen dat wordt onderzocht op de gevonden DNA afwijkingen. Indien gewenst kan dit besproken worden met de verloskundige of gynaecoloog.

(Bron: www.acd-association.com, samenvatting van Dr. Simon Ashwell en professor Pawel Stankiewicz, april 2014)